Verantwoording

Het onderwijsconcept
De internationale concurrentie wordt steeds heviger. De concurrentiekracht van bedrijven wordt meer afhankelijk van hoogwaardige kennis en innovatief vermogen. Studenten die een eigen onderneming willen beginnen moeten daarom leren om zelfstandig kennis te creëren.

De minor ondernemen leidt studenten op tot intrinsiek gemotiveerde ondernemer of ondernemende medewerker. Het onderwijs is competentie gericht, met de gedachte dat attitude minstens zo belangrijk is als kennis en kunde. Wij willen studenten zoveel mogelijk helpen hun eigen passies en talenten te ontdekken. In een vraag gestuurde leeromgeving, worden studenten getraind, om hun eigen doelen te kunnen bepalen en realiseren.

Bij de minor ondernemen stimuleren we leren en creëren in ‘de echte wereld’ door het leren te koppelen aan echte ondernemende taken. Het is de bedoeling dat studenten hierbij kennis en vaardigheden opbouwen door zelf onderzoek te doen en door daadwerkelijk dingen te ondernemen. De verantwoordelijkheid voor het sturen van dit leerproces ligt bij de student. Dit betekent dat de docenten minder gericht zijn op directe kennisoverdracht en meer op het begeleiden van het leerproces. Omdat er studenten van verschillende studierichtingen meedoen met de minor ondernemen kan er ook veel van elkaar geleerd worden. De bovenstaande beschrijving van ons onderwijsconcept is samen te vatten met de kenmerken gesitueerd leren, onderzoekend leren en samenwerkend leren.

Zelfregulerend leren is mede gebaseerd op het idee dat studenten de gelegenheid moeten hebben om hun eigen richting te bepalen en de omgeving te beïnvloeden. Ons onderwijsconcept is erop gericht om zelfstandig denken en zelfstandig handelen te stimuleren. Bij Gesitueerd leren wordt kennis, context en de student niet los van elkaar gezien. Kennis mag niet losgeweekt worden van een daadwerkelijke (persoonlijke) ervaring. Het leren binnen de minor vindt daarom plaats aan de hand van echte opdrachten waarbij kennis krijgen en kennis toepassen niet los van elkaar staan.

Onderzoekend leren gaat ervan uit dat absolute kennis niet bestaat en dat deze voortdurend ge(re)construeerd moet worden. Leerprestaties moeten worden geleverd op basis van experiment en onderzoek. Leren houdt hiermee nooit op. Er zijn voortdurend nieuwe ervaringen die kunnen leiden tot nieuwe interpretaties van de werkelijkheid. Onderzoekend leren, stimuleren wij door opdrachten waarbij er geen standaard oplossing is. Docenten zijn meer onderzoeksbegeleiders dan overdragers van inhoudelijke kennis.

Bij samenwerkend leren is leren als een sociale activiteit die verbonden is met een sociale dialoog. Studenten leren van elkaar en met elkaar. Hiervoor zijn de intervisiebijeenkomsten.

Conclusie: Ons onderwijsconcept geeft veel ruimte aan studenten om eigen beslissingen te maken. Dit biedt vrijheid maar soms ook weinig houvast. Docenten en medestudenten kunnen helpen bij het zoeken naar houvast. Niet zo zeer met directe antwoorden maar meer in de vorm van oplossingsstrategieën.

Criteria per fase
WOW: De student kan zijn eigen passies en talenten vaststellen. Hij bezit over kennis en vaardigheden van creatieve technieken, weet wanneer hij creatief is. Op basis van de zelfkennis en creativiteit kan hij een authentiek concept creëren.

POW: De student kan vaststellen hoe de markt voor de gekozen branche in elkaar steekt. Hij kan kansen benoemen of creëren voor het bedachte concept en stelt op basis hiervan ambitieuze doch realistische doelen vast.

HOW: Op basis van de doelen, ontwerpt de student oplossingen om het gewenste resultaat te behalen. De gevormde doelen worden SMART gemaakt en leiden tot een strategie.

NOW: De strategie voor het bedrijf wordt uitgevoerd. Hierbij zet de student de strategie om naar werkbare technieken. Op basis van de ervaring wordt gereflecteerd en een verbeterplan gemaakt.

GROEI wordt omschreven als een verdieping en verandering van context en zelfstandigheidsniveau